Lentebier
Goh, dat duurde best lang. Het zonnetje is dan toch eindelijk te voorschijn gekomen in 2013. Veel mensen hebben zich er al een beetje of meer tegenaan bemoeid. Partner's, collega's, familie, vrienden, een toevallige passant en ook ikzelf zijn door menigeen met de toch wel koude lente geconfronteerd. Gevraagd en naar ik vermoed stiekem toch het liefst ongevraagd en op een onbewaakt moment.
Maar dat is allemaal niet zonder succesvol resultaat gebleken. Want eindelijk, na veel zeuren, kan de schuifpui lekker open. Eerst was het nog af en toe op een klein kiertje tijdens het middaguur, maar nu kunnen alle ramen en deuren wagenwijd tegen elkaar open worden gezet. Aan alle koude lenteklagers wil ik via deze weg mijn bescheiden dank laten weten.
Om dit alles met mezelf te vieren, besloot ik mij laatst aan het einde van een strak blauwe werkdag te trakteren op een lekker fris koud biertje in de namiddagzon. Tijdens de gouden uurtjes van de dag is het altijd erg goed toeven onder de koperen ploert. Zeker als je in het gezelschap bent van een gele koele rakker in je hand met een tweeduims dikke schuimkraag.
Tijdens mijn eerste flesje vroeg ik mij af wat nu eigenlijk het beste lentebiertje was. Ik heb het dan niet over welk merk bier ik het liefst nuttig in de lente, mijn favoriete alcoholpercenatge of het land van herkomst. Nee, niks van dat alles. Dat is veel te persoonlijk. Ik heb het hier over de universele vraag of het eerste, dan wel het tweede of toch het derde biertje het lekkerst is, als de vermoeide mens na een dag van noeste arbeid met het bolletje in de zon zit te genieten.
Ik was al snel geneigd om het eerste flesje bier als favoriet te bestempelen. Daar zit ook wel wat in. Moe, warm en uitgedroogd kom je aan op de plaats van bestemming waar je lekker kan gaan zitten relaxen. Waar heb je dan het meeste zin in? Precies.
Een kwartiertje verder was het met de temperatuur en de zonnestralen niet echt minder geworden. Kortom, ik wilde nog wel even blijven zitten voordat ik weer allemaal drukke dingetjes moest gaan opstarten. Omdat het net als deze dag ook de volgende een mooie werkdag beloofde te worden, twijfelde ik heel kort over een tweede biertje. Een soort onbewuste Calvinistische gedachte, want twee flesjes bier van 0,33 cl is natuurlijk te verwaarlozen, als je beseft dat je nog een zware maaltijd voor de boeg hebt en je ook nog een lange nacht kunt gaan slapen. Het tweede pijpje was dan ook snel ontdopt.
Na een poosje mijmeren met gesloten ogen kon de tussenstand worden opgemaakt. Het tweede biertje was overheerlijk geweest, maar na zeer ampel beraad stond het eerste biertje duidelijk aan kop.
In normale doen was ik nu gestopt met bierdrinken. De volgende dag wilde ik immers weer fris en fruitig voor de volle 100% presteren.
Maar ik voelde nog niet echt de neiging om me in de keuken te gaan uitsloven voor de warme hap van de dag. De wens om nog even in de warmte te blijven zitten was zo groot, dat ik ontzettend ging verlangen naar nog zo'n koel en fris biertje. Na vijf lijdzame, droge en zware minuten met langzaam afnemende discipline was ik om. Koelkast open, koelkast weer dicht, een kort sissend 'tssss...' en daar zat ik weer. Het derde biertje was een feit.
Die laatste vijf minuten vol zelfkwelling hadden een opmerkelijk en niet verwacht resultaat tot gevolg: dit derde biertje was lekkerder geweest dan het eerste. Het verschil was miniem, maar het was er wel degelijk.
Beste lezer, aannemende dat ook jij je de laatste tijd schuldig hebt gemaakt aan verkwikkende kletspraatjes over het koude lenteweer, wil ik je bij deze verzoeken om in het vervolg iets minder te snateren over het weer en wat meer aandacht te hebben voor bijvoorbeeld één van de fijne geneugten van dit leven, te weten: het nuttigen van lentebier.
Erg leuk hoor, zo'n klein praktijkonderzoekje. Ik kan het iedereen aanraden.