Ja heb je
Toen ik vanochtend richting Oostervaardersplassen reed en de doodlopende weg richting het natuurijs insloeg, stond er een auto pontificaal midden op de weg. Dit deed me denken aan een incident voor een stoplicht. Ik stond rechts van een auto waar een jongen ogenschijnlijk zijn best deed zijn auto tot een orgastisch hoogtepunt te brengen. De vijf meter die hij had ten opzichte van zijn voorligger werden met hevige, optrekkende schokken centimeter voor centimeter afgelegd. Het was een jonge jongen met een honkbalpetje op. Beetje gefrustreerd en niet heel erg sociaal, dacht ik. Ik was het gebeuren al weer vergeten toen ik in het plaatselijke juffertje las dat een jongen een epileptische aanval had gehad in zijn auto en was opgenomen in het ziekenhuis. Zijn toestand was inmiddels stabiel.
Met dit gebeuren in mijn achterhoofd parkeerde ik mijn auto achter de stilstaande auto die tussen mij en het natuurijs in stond. Ik stapte uit en ging kijken wat er aan de hand was. Dat kan natuurlijk van alles zijn: een dame wiens vliezen zijn gebroken, een oude heer met autopech of Frans Bauer met zijn verborgen camera. Het was een dame die enigszins in gedachten verzonken wakker schrok bij mijn aangezicht en zich met excuserende knikjes richting de berm begaf om daar het stilstaan voort te zetten. Normaal zou ik getoeterd hebben, maar door dit niet te doen was haar reactie naar mijn idee veel prettiger.
Het zit misschien in de Nederlandse volksaard om altijd van het slechte uit te gaan. Diep in elke Nederland lijkt een calvinistisch vingertje te zitten die anderen wil wijzen op hun tekortkomingen. Dit zou best eens de oorsprong van de hufterigheid kunnen zijn waar we nu al lange tijd mee te maken hebben. We gaan niet meer uit van het goede van de mens, we zijn niet meer geïnteresseerd in het waarom. Nuanceren is voor watjes, veroordelen is voor kerels.
Nu er ijs ligt is, lijkt Nederland wel milder aan het worden. Op het water (al dan niet bevroren) groeten we elkaar, spreken we elkaar spontaan aan, is iedereen gelukkig. Alsof er een sektarisch verbond bestaat tussen iedereen die zich op het water begeeft. Ook al is de Elfstedentoch voorlopig afgeblazen, het gevoel van verbondenheid blijft. Om dit vast te houden moeten we af van de ‘nee heb je, ja kun je krijgen mentaliteit’. ‘Ik zeg maar niks, dan heb je het minste gezeik’ is geen optie. Ik zeg: ‘ja heb je, nee kun je krijgen’.