Europa
Vandaag waren we op de markt in het Bretonse Questembert. Markten zijn overal ter wereld een feest en overal verschillend. In Frankrijk tref je een grote diversiteit van kraampjes aan: matrassen, kraaltjes, behang, maar ook allerlei verse producten: kraampjes met paddenstoelen, met knoflook en uien en kraampjes met grote pannen vers gemaakte gerechten.
Het is het seizoen van de verse doperwten en die zijn in Frankrijk op markten vrij gemakkelijk te krijgen. De vrouw is gek op verse doperwten en het is inderdaad wellicht de lekkerste groente die ik ken, hoewel ik in verse kapucijners of asperges ook niet spuug. Een kilo doperwten rijker en onderweg nog een mooi bakje cous cous met kip opgepikt gingen we voldaan op huis aan.
Teruglopend dacht ik aan een opmerking van een wat oudere dame toen we de markt betraden. De dame wilde een zestal eieren aan de man brengen, die ze verkocht vanuit haar auto. Dit was schijnbaar haar enige waar, maar ze was de eieren rond 11:00 nog niet kwijt. Ze vroeg ons of we ‘six oeufs’ wilden kopen en zoals bijna altijd als ik aangesproken wordt door Fransen is het net of ik Chinees hoor. Niet dat ik de taal helemaal niet machtig ben, maar door dat drukke geratel van die Fransen vergeet ik spontaan alle woorden die ik ooit geleerd heb. Later komt dan nog wel het nodige terug, maar dan is het al te laat.
Gelukkig is de vrouw wat beter thuis in de Franse taal en wist ze een praatje aan te knopen met deze dame. Ze zijn hier in Bretagne overigens verrassend klein, zeker de oudere mensen kunnen gemakkelijk voor kabouter doorgaan. De dame vroeg waar we vandaan kwamen en ik (jawel, er kwam wat uit!) zei uit de Pays Bas (ik had een voorgaande keer gezegd dat we uit Hollande kwamen, maar dat is minder handig gezien de populariteit van de huidige Franse president).
Er kwam ook nog een mannetje bij staan en die wist wel wat van Nederland: Belle en Rotterdam. Belgie kenden ze ook wel: Bruges, ook mooi. Het vrouwtje roemde de bloemen in de kassen (mooi achter glas). Al met al een fijn neuzelgesprekje, totdat de vrouw iets zij wat me trof. Ze meldde dat ze Nederland mooi en proper vond, maar dat het geen land voor het plezier is.
Ik vrees dat ze gelijk heeft: we zijn geen land voor het plezier. We zijn het land van de dominees met koopmansgeest dat nooit te beroerd is om anderen te vertellen hoe de wereld in elkaar zit, maar te nietig is om daar iets aan te kunnen veranderen. Het land met de hoogste pensioen- en spaartegoeden ter wereld omdat we emotioneel niet in staat zijn te genieten van het leven en daarom het zuur verdiende geld maar oppotten.
Het wordt tijd om onze tegoeden aan Europa af te staan, wellicht dat ze er in Zuid Europa wat leukers mee kunnen doen. Het ene land is nu eenmaal beter in verdienen en het andere beter in uitgeven. Het mooie van de Europese Unie is dat de landen elkaar daarin zo mooi aanvullen.