De goedmensen
De goedmensen
Afgelopen weekend kwam ik dit woord voor het eerst tegen in een interview met Martin Bosma van de PVV. Hij refereert met deze term naar de linkse elite, ofwel, de ‘goedmensen’. Ik vind het een heel treffend woord. De linkse goegemeente die sinds de jaren zeventig, en misschien al daar voor, wel wist wat goed is voor de burgers en de maatschappij in zijn geheel. Dat sommige goedwillende burgers hier anders over denken en het bijvoorbeeld vervelend vinden dat hun buurt wordt geteisterd door kutmarokkaantjes, kan best zijn. Maar dat is niet iets waar de lager en middelbaar opgeleide Nederlanders zich zorgen over hoeven te maken. Dat doen de goedmensen wel voor hen.
De grootste exponent van de goedmensen is in mijn ogen Jack Spijkerman in zijn glorietijd. Toen het tv-programma Kopspijkers nog het best bekeken programma van Nederland was. Hij deinsde er niet voor terug een onderdeel in zijn programma op te nemen, ik geloof dat het iets de Gouden zwatelaar heette. Daarin werden mensen die gehandeld hadden in strijd met de opvattingen van de goedmensen te kakken gezet. Het ging in mijn herinnering om gewone mensen die er zat van waren dat ze niet normaal in de bus naar huis konden zitten zonder lastig gevallen te worden door schorriemorrie en daar dan publiekelijk wat van gezegd hadden.
Merkwaardig, dat mensen uit de goede buurten van ’t Gooi zich opvattingen aanmeten over de meningen van mensen die proberen te overleven in bijvoorbeeld Slotervaart. Begrijp me goed, ik ben in essentie ook een goedmens, het is een calvinistisch juk wat je een leven lang met je meesleept. Hoe graag hij of zij ook wil, de goedmens heeft vrijwel altijd een mening over hoe andere mensen leven en doen. Slechts de norm van de goedmens is maatgevend.
Kijken mensen naar programma’s van John de Mol, de goedmens wendt zijn hoofd de andere kant op. Gaan mensen om de dag naar de McDonalds, de goedmens schudt zijn hoofd in onbegrip. Komt er een 4 Wheel Drive SUV langs scheuren op de snelweg, de goedmens moet zich bedwingen niet naar links uit te wijken en de remlichten te laten knipperen.
Maar zo goed is de goedmens helemaal niet, de goedmens leeft bij voorkeur in een gemeenschap van gelijkgestemden. Blanke, goed verdienende, hoog opgeleide Nederlanders die vrijwel uitsluitend blanke, goed verdiendende, hoog opgeleide Nederlands tot hun vrienden rekenen. De verontwaardiging van de goedmens over andersdenkende burgers is veeleer de verontwaardiging over zichzelf dan over die andersdenkende burgers. Toch fijn, zo’n woord: Goedmensen.